14-03-2008 Vergoeding vervoerskosten cliënten van ggz-instellingen
Bron: www.ggznederland.nl
Eigen auto, taxi of openbaar vervoer (zittend ziekenvervoer)
Mensen met een langdurige ziekte of aandoening hebben recht op vergoeding van hun vervoerskosten (eigen auto, taxi of openbaar vervoer). Het gaat om mensen die:
nierdialyses moeten ondergaan;
oncologische behandelingen met chemotherapie of radiotherapie moeten ondergaan;
zich uitsluitend met een rolstoel kunnen verplaatsen;
een dusdanige beperking van het gezichtsvermogen hebben dat zij zich niet zonder begeleiding kunnen verplaatsen.
Andere groepen verzekerden hebben alleen aanspraak op zittend ziekenvervoer als hun zorgverzekeraar een beroep op de hardheidsclausule honoreert. In deze clausule staan criteria voor duur, frequentie en afstand van het vervoer.
De officiële regel is dat het moet gaan om vervoer gedurende minimaal vijf maanden én minimaal twee keer per week én over een afstand van 25 kilometer of een uur reizen (enkele reis). In de praktijk wordt hier als gevolg van kritiek uit de Tweede Kamer en rechterlijke uitspraken soepeler mee omgegaan. De individuele omstandigheden van de verzekerde moeten per aanvraag meegewogen worden.
Vervoer per ambulance (liggend ziekenvervoer)
Als een verzekerde in een instelling verblijft en hij moet naar een algemeen ziekenhuis of een vrijgevestigd hulpaanbieder, dan is in bijzondere situaties vervoer per ambulance mogelijk. Dit is afhankelijk van de medische situatie van verzekerde en in overleg met behandelend arts en de Centrale Post Ambulancevervoer. In dit geval geldt de regeling voor het liggen ziekenvervoer.
Vervoer naar dagbesteding
Als een cliënt ondersteunende begeleiding krijgt en hiervoor vanuit huis of de instelling naar een andere locatie moet reizen, heeft hij/zij hiervoor een CIZ-indicatie. De instelling krijgt voor het aanbieden van het vervoer een tegemoetkoming.
Knelpunt
Instellingen krijgen voor het vervoer van kinderen naar een deeltijdbehandeling in een kinder- en jeugdpsychiatrische instelling sinds 1 januari 2008 geen vergoeding meer. Wat resteert is een beroep op de hardheidsclausule in de zorgverzekering. Het is de verwachting dat meer ouders en kinderen een beroep gaan doen op die hardheidsclausule. Vanwege de voorwaarden die gesteld worden, kan het zo zijn dat er mensen buiten de boot vallen. Dit is een zorgelijke ontwikkeling.
|